AI-agents worden steeds zelfstandiger, maar zodra meerdere agents met elkaar moeten samenwerken, ontstaat een tamelijk basaal probleem: hoe vinden ze elkaar, hoe weten ze met wie ze communiceren en hoe zorgen ze ervoor dat berichten niet verdwijnen zodra een AI-sessie wordt afgesloten? Het open-sourceproject Aweb probeert daarvoor een soort communicatielaag voor AI-agents te bouwen.
Aweb omschrijft zichzelf als “communication for AI agents”. Het idee is dat AI-agents een vaste identiteit en een adres krijgen en vervolgens berichten met elkaar kunnen uitwisselen. Die communicatie moet onafhankelijk zijn van het AI-model, de software waarin een agent draait en zelfs de computer of organisatie waar de agent zich bevindt.
Daarmee lijkt Aweb enigszins op infrastructuur die we voor mensen heel normaal vinden. Een e‑mailadres blijft bijvoorbeeld hetzelfde, ongeacht of iemand zijn mail op een laptop, smartphone of via een webbrowser leest. Aweb probeert iets vergelijkbaars voor AI-agents mogelijk te maken.
Berichten tussen agents
Een belangrijk onderdeel daarvan is wat Aweb “durable messaging” noemt. Berichten tussen agents worden niet alleen onderdeel van de tijdelijke context van een AI-sessie, maar worden als aparte berichten op een server opgeslagen. Daardoor kan een agent een bericht ook ontvangen wanneer hij op dat moment niet actief is. Zodra de agent weer beschikbaar is, kan het bericht worden opgehaald. Aweb kan bovendien een zogenoemd “wake-up event” versturen. Daarmee kan de omgeving waarin de agent draait een signaal krijgen dat er werk of een bericht klaarstaat.
Dat klinkt misschien als een technisch detail, maar het is belangrijk als agents daadwerkelijk zelfstandig taken moeten uitvoeren. Veel huidige AI-agents bestaan feitelijk binnen een sessie. Wordt die sessie beëindigd, dan verdwijnt ook een deel van de operationele context. Voor langdurige samenwerking tussen verschillende agents is daarom infrastructuur nodig die buiten die afzonderlijke sessies bestaat.
Aweb biedt hiervoor onder meer mail, chat, presence en een gedeelde takenlijst. Een agent kan bijvoorbeeld een andere agent vragen om een bestand te controleren. Is die tweede agent niet actief, dan blijft het verzoek bewaard. Zodra deze agent beschikbaar komt, kan hij het verzoek verwerken en het antwoord terugsturen. De conversatie blijft vervolgens beschikbaar, onafhankelijk van de levensduur van beide AI-sessies.
Agents krijgen een identiteit
Een tweede belangrijk onderdeel is identiteit. Daarvoor gebruikt Aweb AWID, een systeem waarmee agents een stabiele identiteit en een adres kunnen krijgen. Zo’n adres heeft een structuur als domain/name.
Daarachter zit een cryptografisch systeem waarmee kan worden gecontroleerd tot welk team een agent behoort en wie de betreffende identiteit beheert. Agents kunnen berichten bovendien cryptografisch ondertekenen. Het idee is dat een ontvangende agent niet uitsluitend hoeft te vertrouwen op de server die het bericht aflevert om vast te stellen wie de afzender is.
Dat wordt interessanter wanneer agents van verschillende organisaties met elkaar gaan communiceren. Aweb is namelijk opgezet als een federatief systeem. Organisaties hoeven niet allemaal dezelfde centrale Aweb-server te gebruiken. Ze kunnen ieder hun eigen server draaien en die servers onderling laten communiceren.
In dat opzicht doet de architectuur enigszins denken aan e‑mail: verschillende organisaties beheren hun eigen infrastructuur, maar gebruikers kunnen desondanks berichten naar elkaar sturen.
Niet gebonden aan één AI-platform
Een ander opvallend uitgangspunt is dat Aweb geen nieuw AI-model of compleet agentplatform probeert te zijn. Het project positioneert zich vooral als infrastructuur tussen bestaande agents.
Agents kunnen Aweb gebruiken via een commandline-interface, HTTP-API, MCP-tools of een eventstream. In principe kan daardoor iedere agentomgeving die een van deze interfaces ondersteunt op Aweb worden aangesloten.
Voor enkele omgevingen bestaan al specifiekere integraties. Zo zijn er integraties voor Claude Code en Pi. Ook Codex wordt ondersteund, al verschillen de mogelijkheden om agents automatisch te starten en wakker te maken per runtime. Andere agentomgevingen kunnen de algemene eventstream gebruiken.
Daarmee probeert Aweb een probleem te vermijden dat bij agenttechnologie snel kan ontstaan: iedere leverancier bouwt zijn eigen systeem voor identiteit, communicatie en samenwerking. In het Aweb-model zou een agent in de ene runtime kunnen communiceren met een agent die elders met andere software of een ander model draait.
Zelf hosten is mogelijk
Interessant is ook dat de belangrijkste onderdelen open source zijn. De Aweb-server, de AWID-registry en de aw commandline-client zijn beschikbaar onder de MIT-licentie. De software kan daardoor zelf worden gehost. Aweb biedt daarnaast een publieke gehoste dienst voor organisaties en ontwikkelaars die de infrastructuur niet zelf willen beheren.
Dat maakt verschillende modellen mogelijk. Een organisatie kan de hosted omgeving van Aweb gebruiken, maar kan ook een eigen server installeren. Daarnaast kan een organisatie met het zogenoemde Bring Your Own Team-model de eigen domeinnaam en autoriteit over de identities van agents behouden.
Die scheiding tussen communicatie, identiteit en het beheer van cryptografische sleutels is bewust in de architectuur aangebracht. Een organisatie kan bijvoorbeeld gebruikmaken van een externe server voor het afleveren van berichten, terwijl zij zelf de controle houdt over de identiteit van haar agents.
Waar dient het concreet voor?
Een praktisch scenario maakt het concept duidelijker. Stel dat een organisatie verschillende gespecialiseerde agents gebruikt. Een agent verzamelt informatie, een tweede analyseert gegevens en een derde controleert het uiteindelijke resultaat.
In veel huidige agentoplossingen moet een centrale orchestrator deze agents starten, informatie doorgeven en voortdurend bijhouden welke agent waarmee bezig is. Aweb probeert een deel van die communicatie los te koppelen van die orchestrator. Agents krijgen adressen en kunnen elkaar vervolgens mail of chatberichten sturen.
Dat kan bovendien over machines heen. Een agent op computer A kan dus een taak of vraag sturen naar een agent op computer B. Die tweede agent hoeft op dat moment niet actief te zijn: het bericht blijft staan totdat hij het kan verwerken.
Aweb vervangt de orchestrator daarmee overigens niet volledig. In de eigen documentatie benadrukt het project dat de operator of orchestrator verantwoordelijk blijft voor zaken als de definitie van een agent, zijn runtime, processen en levenscyclus. Aweb verzorgt vooral identiteit, communicatie en coördinatie.
Nog duidelijk een technologie in ontwikkeling
Aweb is inmiddels meer dan alleen een concept. Er is werkende open-sourcesoftware, er is uitgebreide documentatie, een CLI kan worden geïnstalleerd en er draait een publieke hosted dienst. De makers demonstreren bovendien communicatie waarbij een agent daadwerkelijk door een bericht van een andere agent wordt geactiveerd.
Tegelijkertijd is het belangrijk om de huidige status niet groter te maken dan deze is. De documentatie bevat expliciet een pagina met “Current limitations”, waarop onderscheid wordt gemaakt tussen functionaliteit die daadwerkelijk beschikbaar is en mogelijkheden die nog gepland zijn.
Zo kunnen Claude Code en Pi via Aweb worden gestart, terwijl Codex en local-shell wel kunnen worden ingericht maar momenteel handmatig moeten worden gestart. Automatisch wakker maken van agents is bovendien afhankelijk van de gebruikte runtime en integratie. Polling blijft daarom in sommige situaties noodzakelijk. Ook sommige functies voor het zoeken naar en beheren van agentprofielen en het volledig verwijderen van teams zijn nog niet beschikbaar als afgewerkte commandlinefuncties.
Aweb kan daarom het beste worden gezien als werkende maar nog jonge infrastructuur voor multi-agentomgevingen. De basiscomponenten bestaan en kunnen daadwerkelijk worden gebruikt, maar rond runtimes, beheer en gebruiksgemak wordt nog volop ontwikkeld.
Juist het onderliggende idee is interessant. Naarmate organisaties meer AI-agents inzetten, ontstaat naast de modellen en agents zelf behoefte aan infrastructuur die bepaalt hoe die agents elkaar vinden, herkennen en betrouwbaar informatie uitwisselen. Aweb probeert daarvoor een open en federatieve laag te creëren.
Of juist Aweb uiteindelijk die rol gaat vervullen, is nog niet duidelijk. Maar het probleem waarop het project zich richt wordt waarschijnlijk alleen maar relevanter: wanneer tientallen of uiteindelijk honderden agents zelfstandig werkzaamheden uitvoeren, moeten zij niet alleen intelligent zijn. Ze moeten ook op een betrouwbare manier met elkaar kunnen communiceren.
De software zelf — waaronder de Aweb-server, de AWID-registry en de aw commandline-client — is open source en wordt uitgebracht onder de MIT-licentie. Je kunt de volledige stack dus zelf draaien zonder daarvoor aan Aweb te betalen. Tegelijkertijd zit er een bedrijf achter: Awebai, Inc is een Amerikaanse onderneming uit Delaware. Dat bedrijf ontwikkelt Aweb en exploiteert ook de gehoste versie op aweb.ai.





0 Reacties