AI vraagt niet alleen om meer datacenters, AI vraagt om slimmere datacenterinfrastructuur

AI vraagt niet alleen om meer datacenters, AI vraagt om slimmere datacenterinfrastructuur

De groei van AI wordt vaak vertaald naar één simpele conclusie: we hebben meer data­cen­ters nodig. Meer reken­kracht, meer GPU-capa­ci­teit, meer stroom­aan­slui­tingen en grotere loca­ties. Dat is begrij­pe­lijk, maar het is slechts de helft van het verhaal.

De echte uitda­ging is niet alleen hoeveel data­cen­ter­ca­pa­ci­teit we bouwen, maar vooral hoe slim, trans­pa­rant en maat­schap­pe­lijk nuttig die infra­struc­tuur wordt inge­richt.

AI vraagt name­lijk niet alleen om méér data­cen­ters. AI vraagt om slim­mere data­cen­ter­in­fra­struc­tuur.

Van stroomverbruiker naar onderdeel van het energiesysteem

Data­cen­ters worden nog te vaak gezien als grote elek­tri­ci­teits­ver­brui­kers. In het publieke debat gaat het dan al snel over stroom­schaarste, netcon­gestie en de vraag of een data­center “wel of niet mag” worden aange­sloten.

Maar die bena­de­ring is te beperkt.

Een modern data­center kan veel meer zijn dan een eind­punt van elek­tri­ci­teits­ver­bruik. Het kan ook func­ti­o­neren als een ener­gyhub: een locatie waar elek­tri­ci­teit, warmte, koeling, opslag en lokale ener­gie­bronnen slimmer met elkaar worden verbonden.

Denk aan koppe­lingen met zonne­pa­nelen, batte­rij­op­slag, lokale warm­te­vra­gers, aqua­thermie of op termijn water­stof. Het data­center wordt dan geen geïso­leerde ener­gie­ver­bruiker, maar een actief onder­deel van een lokaal ener­gie­sys­teem.

Dat vraagt wel om een andere manier van ontwerpen. Niet alleen kijken naar IT-capa­ci­teit en vier­kante meters, maar ook naar vragen als:

  • Welke rest­warmte komt vrij?
  • Kan die warmte lokaal worden benut?
  • Hoeveel water wordt gebruikt voor koeling?
  • Is er inzicht in het werke­lijke ener­gie­ver­bruik per workload?
  • Kan het data­center flexibel omgaan met lokale ener­gie­pro­ductie?
  • Welke waarde levert de infra­struc­tuur terug aan de omge­ving?

Pas als die vragen worden meege­nomen, ontstaat er een eerlijker beeld van de maat­schap­pe­lijke waarde van data­cen­ters.

Transparantie over energie en water wordt cruciaal

De discussie over data­cen­ters blijft vaak hangen in alge­mene cijfers. Er wordt gesproken over mega­watts, PUE-waarden en stroom­ver­bruik, maar die cijfers vertellen lang niet altijd het volle­dige verhaal.

Een lage PUE klinkt goed, maar zegt weinig over de herkomst van de energie, het daad­wer­ke­lijke IT-gebruik, het water­ver­bruik, de benut­ting van rest­warmte of de effi­ci­ëntie van speci­fieke AI-workloads.

Daarom is meer transparantie nodig.

Niet alleen op gebouw­ni­veau, maar ook op het niveau van IT-belas­ting, koeling, water­ge­bruik en rest­warmte. Zeker bij AI wordt dat belang­rijker. Een GPU-cluster dat continu op hoge belas­ting draait, heeft een heel ander profiel dan tradi­ti­o­nele kantoor­au­to­ma­ti­se­ring of opslag­ca­pa­ci­teit.

Voor de samen­le­ving is daarom niet alleen de vraag: hoeveel energie gebruikt een data­center?

De betere vraag is:

  • Wat doet het data­center met die energie, hoe effi­ciënt gebeurt dat, hoeveel water is daar­voor nodig en welke waarde komt er terug voor de omge­ving?
  • Zonder die trans­pa­rantie blijft het debat opper­vlakkig. Met trans­pa­rantie kunnen over­heden, exploi­tanten, klanten en omwo­nenden betere keuzes maken.

Watergebruik verdient een volwassen discussie

Naast energie wordt ook water een steeds belang­rijker thema. Zeker bij koeling kan water­ge­bruik gevoelig liggen, vooral in peri­odes van droogte of bij loca­ties waar drink­water of opper­vlak­te­water onder druk staat.

Toch is de discussie vaak zwart-wit. Water­ge­bruik is niet auto­ma­tisch slecht, maar het moet wel inzich­te­lijk en verant­woord zijn.

Daarom moeten data­cen­ters duide­lijker rappor­teren over hun water­ge­bruik. Niet alleen hoeveel water er wordt gebruikt, maar ook welk type water, onder welke omstan­dig­heden en met welk doel. Er is een groot verschil tussen drink­water, indu­strie­water, herge­bruik van water of systemen waarbij water vooral als warm­te­bron of warm­te­drager wordt ingezet.

Dat brengt ons bij aqua­thermie.

  • Aqua­thermie als kans voor koeling en warm­te­be­nut­ting
  • Aqua­thermie kan een inte­res­sante rol spelen in de data­cen­ter­in­fra­struc­tuur van de toekomst. Daarbij wordt ther­mi­sche energie uit opper­vlak­te­water, afval­water of drink­water gebruikt voor verwar­ming of koeling.

Voor data­cen­ters kan dit op twee manieren inte­res­sant zijn.

Ener­zijds kan water helpen bij effi­ci­ënte koeling, mits dit zorg­vuldig wordt ontworpen en ecolo­gisch verant­woord gebeurt. Ander­zijds kan de rest­warmte van data­cen­ters worden gekop­peld aan lokale warm­te­netten of seizoens­op­slag, waarbij water en warmte-infra­struc­tuur onder­deel worden van één geïn­te­greerd systeem.

De kern is dat warmte niet langer als afval­pro­duct wordt gezien.

Een data­center zet elek­tri­ci­teit uitein­de­lijk groten­deels om in warmte. De vraag is dus niet óf die warmte ontstaat, maar wat we ermee doen. Wordt die warmte wegge­blazen, of wordt ze nuttig ingezet voor woningen, kantoren, zwem­baden, kassen, bedrij­ven­ter­reinen of andere lokale warm­te­vra­gers?

Dat verschil bepaalt mede of een data­center maat­schap­pe­lijk verde­dig­baar is.

Waterstof: geen wondermiddel, wel een strategische bouwsteen

Ook water­stof wordt vaak genoemd in relatie tot data­cen­ters. Daarbij is nuance belang­rijk.

Water­stof is geen magi­sche oplos­sing voor alle ener­gie­pro­blemen. Het is meestal niet de meest effi­ci­ënte route voor directe elek­tri­ci­teits­voor­zie­ning als netstroom beschik­baar is. Er gaan immers verliezen verloren bij productie, opslag, trans­port en omzet­ting terug naar elek­tri­ci­teit.

Maar water­stof kan wel een stra­te­gi­sche rol spelen.

Bijvoor­beeld als back-upvoor­zie­ning ter vervan­ging van diesel­ge­ne­ra­toren. Of als onder­deel van een lokaal ener­gie­sys­teem waar tijde­lijke over­schotten uit duur­zame opwek worden opge­slagen. Zeker op loca­ties met netcon­gestie of een hoge behoefte aan leve­rings­ze­ker­heid kan water­stof een aanvul­lende bouw­steen worden.

Voor data­cen­ters is betrouw­baar­heid essen­tieel. Back-upca­pa­ci­teit blijft nodig. De vraag is daarom niet alleen hoe we meer stroom krijgen, maar ook hoe we nood­stroom, opslag en flexi­bi­li­teit verduur­zamen.

Water­stof kan daar een rol in spelen, mits het realis­tisch wordt toege­past en niet als marke­tinglaag over een tradi­ti­o­neel ontwerp wordt gelegd.

AI maakt locatiekeuze belangrijker

AI zorgt voor een ander type data­cen­ter­be­las­ting. De vraag naar reken­kracht stijgt, maar niet elke AI-toepas­sing hoeft op dezelfde plek te draaien.

Trai­ning van grote modellen vraagt vaak om enorme gecen­tra­li­seerde capa­ci­teit. Maar veel AI-toepas­singen in bedrijven, indu­strie, over­heid en zorg draaien juist op eigen data, met eisen rond privacy, latency, soeve­rei­ni­teit en controle.

Dat maakt lokale of regi­o­nale infra­struc­tuur rele­vanter.

Niet alles hoeft naar een hypers­cale omge­ving. Soms is een klei­nere, modu­laire en lokaal geïn­te­greerde infra­struc­tuur logi­scher. Zeker wanneer die dicht bij ener­gie­bronnen, warm­te­vra­gers of gebrui­kers staat.

Daarmee verschuift de discussie van “groter is effi­ci­ënter” naar “passend ontworpen is waar­de­voller”.

Van PUE naar bredere prestatie-indicatoren

De sector heeft jaren­lang sterk gestuurd op PUE. Dat heeft geholpen om energie-effi­ci­ëntie op de agenda te zetten. Maar inmid­dels is PUE alleen niet meer genoeg.

Een volwassen beoor­de­ling van data­cen­ter­in­fra­struc­tuur moet breder kijken. Naar ener­gie­ge­bruik, water­ge­bruik, IT-effi­ci­ëntie, CO₂-impact, rest­warm­te­be­nut­ting, flexi­bi­li­teit en lokale waarde.

Voor AI-data­cen­ters wordt dat nog belang­rijker. De maat­schap­pe­lijke accep­tatie zal niet alleen afhangen van de vraag of er voldoende stroom beschik­baar is, maar ook van de vraag of die stroom aantoon­baar effi­ciënt en verant­woord wordt ingezet.

Trans­pa­rantie wordt daarmee geen bijzaak, maar een rand­voor­waarde.

De nieuwe opgave: bouwen met wederkerigheid

De data­cen­ter­sector staat voor een nieuwe fase. De vraag naar digi­tale infra­struc­tuur groeit, maar de beschik­bare energie, ruimte en maat­schap­pe­lijke accep­tatie zijn niet onbe­perkt.

Daarom moet de sector duide­lijker laten zien wat zij terug­le­vert.

Niet alleen digi­tale dien­sten, maar ook meet­bare effi­ci­ëntie. Niet alleen warm­te­pro­ductie, maar warm­te­be­nut­ting. Niet alleen stroom­vraag, maar flexi­bi­li­teit. Niet alleen groei, maar inte­gratie in lokale energie- en warm­te­ke­tens.

Dat is de kern van slimme data­cen­ter­in­fra­struc­tuur.

AI zal de behoefte aan reken­kracht verder vergroten. Maar de toekomst van data­cen­ters wordt niet bepaald door capa­ci­teit alleen. Ze wordt bepaald door de mate waarin die capa­ci­teit slim, trans­pa­rant en lokaal waar­devol wordt geor­ga­ni­seerd.

AI vraagt dus niet alleen om meer data­cen­ters.

AI vraagt om data­cen­ters die onder­deel worden van de oplos­sing.

Marco Verzijl

Marco Verzijl is voorzitter van de Save Energy Foundation en bestuurder bij Wcoolit BV en Zirrow BV

22 juni 2026 - 06:06

WEERGAVEN

0 Reacties

Gerelateerde berichten

Vier stappen om de transitie naar natuurlijke taalmodellen te managen

Vier stappen om de transitie naar natuurlijke taalmodellen te managen

Europees consortium wil AI-infrastructuur terug naar eigen bodem halen

Europees consortium wil AI-infrastructuur terug naar eigen bodem halen

Onderzoek: ‘Platform engineering wordt fundament onder AI in de IT-operatie”

Onderzoek: ‘Platform engineering wordt fundament onder AI in de IT-operatie”

Nog geen gerelateerde berichten...

0 Reactie(s)

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Share This