De volgende grote stap in AI komt niet perse van nóg grotere taalmodellen. Philipp Herzig, CTO van SAP, schrijft op LinkedIn dat een belangrijk deel van de volgende doorbraak juist in iets minder spectaculaire, maar voor bedrijven veel relevantere ontwikkeling zal zitten: een beter begrip van bedrijfsdata. Met die boodschap presenteert het bedrijf tijdens ICML 2026, de International Conference on Machine Learning, een reeks nieuwe onderzoeksresultaten rond enterprise AI.
Herzig vat die richting kernachtig samen: “The next breakthrough in AI isn’t a bigger model. It’s a better understanding of business data.” Daarmee zet SAP zich nadrukkelijk af tegen het idee dat AI-innovatie vooral draait om schaalgrootte, parameters en generieke modellen. Voor bedrijfsprocessen is de werkelijkheid vaak anders. Daar zit de waarde in tabellen, transacties, relaties tussen systemen, operationele regels, uitzonderingen, klantgegevens, voorraden, orders en financiële stromen.
Die data verschilt fundamenteel van de publieke datasets waarop veel AI-modellen worden getest. Enterprise-data is vaak relationeel, sterk gestructureerd, contextafhankelijk en gevoelig. Bovendien is de betekenis van een datapunt zelden los te zien van de bedrijfsregel erachter. Een betaling, levering, kredietlimiet of afwijkende order zegt pas echt iets wanneer het model begrijpt in welk proces die informatie wordt gebruikt.
Van generieke AI naar Business AI
SAP presenteert op ICML 2026 meerdere onderzoeksprojecten die allemaal rond diezelfde vraag draaien: hoe maak je foundation models die niet alleen taal begrijpen, maar ook bedrijfsdata en bedrijfslogica? Herzig positioneerde eerder al “apps + data + AI” als SAP’s vaste formule voor impact, met de nadruk op AI die bouwt op betrouwbare data en geïntegreerde bedrijfsapplicaties.
Een van de belangrijkste bijdragen is FlexTab, een flexibele encoder-decoderarchitectuur voor tabulaire data. Dat klinkt technisch, maar het probleem erachter is herkenbaar. Veel AI-systemen zijn goed in tekst, beeld of code, maar bedrijfsdata zit vaak in tabellen: rijen en kolommen met klanten, producten, orders, prijzen, claims, facturen of sensordata. Traditionele machine learning-modellen worden meestal per dataset en per taak getraind. Voor classificatie is er een model, voor regressie een ander model, voor anomaliedetectie weer een aparte aanpak.
FlexTab probeert dat patroon te doorbreken. De architectuur gebruikt één taakonafhankelijke encoder die rijen uit tabellen omzet in algemene representaties. Daarbovenop komen taakgerichte decoders voor specifieke toepassingen. Volgens de paper kan dezelfde basis daardoor worden ingezet voor onder meer classificatie, regressie, anomaliedetectie, clustering, entity matching en entity classification in relationele databases.
Waarom tabellen lastig zijn voor AI
De technische kern van FlexTab zit in de scheiding tussen representatie en voorspelling. Bestaande tabular in-context learners koppelen de interne representatie van features vaak strak aan één specifiek voorspellingsdoel. Dat werkt goed zolang de taak duidelijk is afgebakend, bijvoorbeeld voorspellen of een klant wel of niet zal afhaken. Maar het maakt hergebruik voor andere taken lastiger.
FlexTab kiest daarom voor wat wel genoemd wordt “target-agnostic row embeddings”: representaties van rijen die niet vooraf vastzitten aan één specifiek doel. De encoder verwerkt de tabel en maakt algemene rijrepresentaties. Vervolgens gebruikt een decoder die representaties voor een concrete taak. In de paper wordt dit uitgelegd als een duidelijke ontkoppeling tussen “target-agnostic feature representation” en “task-specific predictive modeling”.
Dat is vooral relevant voor enterprise AI, omdat organisaties zelden één nette dataset en één voorspelvraag hebben. Een retailer wil bijvoorbeeld niet alleen voorspellen welke producten goed verkopen, maar ook afwijkende transacties herkennen, klantrecords matchen, segmenten ontdekken en verbanden leggen tussen orders, leveranciers en voorraadtabellen. Een bank wil niet alleen risico’s classificeren, maar ook fraudepatronen vinden, entiteiten koppelen en afwijkingen in transactiestromen signaleren.
Verder kijken dan classificatie en regressie
Bij machine learning zijn classificatie en regressie jarenlang de dominante taken geweest. Classificatie draait om het indelen van data in categorieën, bijvoorbeeld fraude of geen fraude. Regressie draait om het voorspellen van een getal, bijvoorbeeld omzet, levertijd of kosten. FlexTab is juist interessant omdat SAP het model ook test op taken die in bedrijfsomgevingen minstens zo belangrijk zijn.
Anomaliedetectie helpt bij het vinden van afwijkingen in processen, transacties of operationele data. Clustering kan patronen of groepen ontdekken zonder dat vooraf labels zijn meegegeven. Entity matching is belangrijk wanneer dezelfde klant, leverancier of productinformatie in meerdere systemen voorkomt, maar net iets anders is vastgelegd. Entity classification in relationele databases gaat nog een stap verder: daar moet een model redeneren over meerdere tabellen die via relaties met elkaar verbonden zijn.
Volgens de onderzoekers behaalt FlexTab state of the art-resultaten op classificatie, regressie, anomaliedetectie en entity matching, terwijl het concurrerend blijft met gespecialiseerde modellen voor entity classification in relationele databases. De onderzoekers benadrukken ook dat de encoder en decoders zijn getraind op een grote verzameling real-world, ongelabelde tabellen.
Relationele data zonder gevoelige bedrijfsdata bloot te leggen
Naast FlexTab presenteert SAP op ICML ook PluRel, een samenwerking met Stanford University. Dit onderzoek richt zich op synthetic relational data: kunstmatig gegenereerde relationele data waarmee onderzoekers zogeheten “scaling laws” voor relationele foundation models kunnen onderzoeken zonder toegang te hebben tot gevoelige bedrijfsdata.
Dat heeft alles te maken met een belangrijk spanningsveld in enterprise AI. Aan de ene kant hebben modellen rijke, realistische bedrijfsdata nodig om nuttig te worden. Aan de andere kant kunnen bedrijven die data niet zomaar delen, zeker niet wanneer het gaat om klantinformatie, financiële gegevens, operationele details of concurrentiegevoelige processen. Synthetische relationele data kan hier een tussenweg bieden: voldoende structuur om modellen beter te begrijpen en te trainen, zonder directe blootstelling van echte bedrijfsgegevens.
Een ander onderzoek, “Probing Memorization of Tabular In-Context Learning”, kijkt naar memorisatie in tabulaire foundation models. Dat is belangrijk voor vertrouwen en privacy. Wanneer een model te veel concrete trainingsvoorbeelden onthoudt, kan dat risico’s opleveren. SAP stelt dat de eerste resultaten bemoedigend zijn voor privacy onder realistische omstandigheden, al blijft dit een gebied waar vervolgonderzoek nodig is.
Data alleen is niet genoeg
Opvallend is ook een onderzoek dat Herzig in zijn LinkedIn-post beschrijft als: “Statistically Indistinguishable, Operationally Distinct”. De boodschap daarvan is dat twee situaties statistisch sterk op elkaar kunnen lijken, maar operationeel toch iets anders kunnen betekenen. Voor bedrijfssoftware is dat cruciaal. Een AI-model kan patronen in data herkennen, maar begrijpt daarmee nog niet automatisch de bedrijfsregels die bepalen wat er moet gebeuren.
Dat sluit aan bij SAP’s bredere positionering rond Business AI. De belofte is niet dat een generiek model ergens bovenop een ERP-systeem wordt geplakt, maar dat AI nauwer wordt verbonden met de bedrijfscontext waarin beslissingen worden genomen.
Een vijfde onderzoek dat SAP onder de aandacht brengt, kijkt naar de verschillen tussen tabulaire enterprise-data en publieke benchmarks. Dat is meer dan een academische nuance. Veel AI-modellen worden beoordeeld op openbare datasets die goed beschikbaar, gestandaardiseerd en relatief schoon zijn. Bedrijfsdata is vaak rommeliger, specifieker en afhankelijker van de context waarin zij ontstaat.
Daarmee zegt SAP in feite dat Business AI purpose-built foundation models nodig heeft. Niet omdat generieke AI-modellen onbruikbaar zouden zijn, maar omdat bedrijfsdata andere eisen stelt. Een model moet kunnen omgaan met tabellen, relaties, ontbrekende waarden, scheve verdelingen, tijdsafhankelijkheid, proceslogica en privacybeperkingen.
Minder spektakel, meer bruikbaarheid
De rode draad in SAP’s ICML-bijdragen is daarmee duidelijk. De concurrentiestrijd in AI gaat niet alleen over wie het grootste model bouwt, maar ook over wie de meest bruikbare modellen kan maken voor specifieke bedrijfsomgevingen. Voor SAP is dat logisch terrein. Het bedrijf zit met zijn software diep in financiële processen, supply chains, HR, inkoop, verkoop, productie en duurzaamheid.
FlexTab laat zien hoe een tabular foundation model breder inzetbaar kan worden dan de klassieke taken classificatie en regressie. PluRel verkent hoe relationele modellen kunnen schalen zonder gevoelige bedrijfsdata te gebruiken. Het onderzoek naar operationele verschillen benadrukt dat AI in bedrijven niet kan leunen op statistiek alleen. En het werk rond memorisatie en benchmarks laat zien dat betrouwbaarheid, privacy en realistische evaluatie onmisbaar zijn.
Daarmee verschuift de discussie over AI in bedrijven naar een volgende fase. Niet de vraag of een model indrukwekkend kan antwoorden staat centraal, maar of het bedrijfsdata correct kan interpreteren, processen kan respecteren en veilig kan functioneren binnen de regels van een organisatie. Zoals Herzig het formuleert: de doorbraak zit niet alleen in grotere modellen, maar in beter begrip van business data.





0 Reacties