AI-systemen vinden in hoog tempo hun weg naar bedrijfsprocessen, applicaties en digitale diensten. Daarmee ontstaat ook een nieuw beveiligingsvraagstuk. Want een AI-toepassing is zelden alleen een model. Rond dat model zitten data, prompts, databases, API’s, externe leveranciers, gebruikers, softwarecomponenten en soms zelfs systemen waarmee de AI zelfstandig handelingen kan uitvoeren. Daarom lanceert EXIN de AI Security Professional-certificering
Wie AI wil beveiligen, moet verder kijken dan bekende risico’s zoals prompt injection. Dat is een van de belangrijkste boodschappen van de OWASP AI Exchange, een uitgebreid internationaal kennisplatform voor security en privacy rond kunstmatige intelligentie. De AI Exchange omvat inmiddels meer dan 300 pagina’s met dreigingen, beveiligingsmaatregelen, testmethoden en praktische richtlijnen. Het project is opgezet als een open en voortdurend bijgewerkte kennisbron en wordt onderhouden door een internationale groep van meer dan 170 experts. Bovendien wordt materiaal uit het project gebruikt bij de ontwikkeling van onder andere ISO/IEC-standaarden en standaarden rond de Europese AI Act.
AI is niet hetzelfde als een taalmodel
Een belangrijk uitgangspunt van OWASP is dat organisaties AI-security niet moeten reduceren tot de beveiliging van generatieve AI en large language models. De AI Exchange kijkt nadrukkelijk ook naar analytische AI, machinelearningmodellen, classificatiemodellen en zelfs traditionele rule-based systemen.
Daarmee verschilt het project bijvoorbeeld van de bekende OWASP Top 10 for LLM Applications, die vooral bedoeld is om snel inzicht te geven in belangrijke risico’s rond generatieve AI. De AI Exchange probeert juist het complete beveiligingsvraagstuk in kaart te brengen.
Daarbij waarschuwt OWASP ook tegen een andere veelgemaakte denkfout: het model is niet het systeem. Een moderne AI-applicatie bestaat meestal uit meerdere onderdelen. Denk aan modellen, data, prompts, retrievalsystemen, externe tools en traditionele IT-infrastructuur. Een organisatie kan bijvoorbeeld een LLM van een externe leverancier gebruiken, documenten uit een eigen vectordatabase ophalen en het model vervolgens via API’s opdrachten laten uitvoeren in bedrijfsapplicaties.
Een beveiligingstest van alleen het model zegt dan relatief weinig over de veiligheid van het totale systeem. Ook wijzigingen in een prompt, databron, modelversie of configuratie kunnen eerder uitgevoerde beveiligingstests ongeldig maken. OWASP adviseert daarom om modellen, prompts, databronnen, tools en infrastructuur als één samenhangend systeem te beoordelen.
Begin met een inventarisatie
Voor veel organisaties begint het probleem nog fundamenteler: ze weten niet precies waar AI wordt gebruikt. Daarom begint OWASP zijn aanpak met governance. Organisaties moeten eerst inzicht krijgen in welke AI-systemen aanwezig zijn, wie daarvoor verantwoordelijk is en welke leveranciers en databronnen daarbij betrokken zijn. Daarna kan worden bepaald welke risico’s daadwerkelijk relevant zijn.
OWASP vat deze organisatorische aanpak samen in het acroniem GUARD: Govern, Understand, Adapt, Reduce en Demonstrate.
Bij Govern draait het om beleid, verantwoordelijkheden, compliance en een inventarisatie van AI-toepassingen. Understand betekent vervolgens dat organisaties onderzoeken welke dreigingen bij iedere toepassing horen. Daarna moeten bestaande securityprocessen worden aangepast aan AI. Denk aan secure development, supply-chainmanagement, threat modelling en securitytesting.
Met Reduce bedoelt OWASP dat organisaties de potentiële schade moeten beperken wanneer een AI-systeem toch verkeerde beslissingen neemt of wordt gemanipuleerd. Daarbij spelen onder andere minimale toegangsrechten, beperking van gevoelige data, menselijke controle en guardrails een rol.
De laatste stap, Demonstrate, draait om aantoonbaarheid. Organisaties moeten via testen, documentatie en monitoring kunnen laten zien dat beveiligingsmaatregelen daadwerkelijk functioneren. Dat wordt onder andere belangrijk richting klanten, management en toezichthouders.
Drie groepen bedreigingen
De AI Exchange verdeelt AI-dreigingen grofweg in drie categorieën. De eerste categorie ontstaat tijdens de ontwikkeling van een systeem. Een bekend voorbeeld daarvan is data poisoning, waarbij trainingsdata bewust wordt gemanipuleerd zodat het model later ongewenst gedrag vertoont.
Een tweede categorie bestaat uit aanvallen via de invoer van het model. Prompt injection bij taalmodellen valt hieronder, maar ook zogenaamde evasion attacks waarbij invoer zo wordt aangepast dat een model verkeerde conclusies trekt.
De derde categorie bestaat uit meer traditionele aanvallen tijdens het gebruik van een AI-systeem. Daarbij kan bijvoorbeeld invoer of andere vertrouwelijke informatie worden gestolen. Volgens OWASP moeten organisaties daarbij vooral letten op drie mogelijke doelen van aanvallers: informatie openbaar maken, het systeem misleiden of de werking ervan verstoren.
Een aanvaller kan bijvoorbeeld proberen trainingsdata te achterhalen, intellectueel eigendom uit een model te halen of de integriteit van het gedrag van een AI-systeem te beïnvloeden. Dat laatste risico wordt belangrijker nu AI-systemen steeds vaker zelfstandig handelingen kunnen uitvoeren.
Agentic AI vergroot de impact
Bij traditionele generatieve AI blijft de impact van een verkeerde uitvoer vaak beperkt tot foutieve tekst of een onjuist advies. Bij agentic AI kan een model echter opdrachten uitvoeren zonder dat een mens iedere afzonderlijke actie goedkeurt. Een agent kan bijvoorbeeld zelfstandig andere modellen aanroepen, berichten versturen, data opvragen of acties uitvoeren in bedrijfssoftware.
Daarmee verschuift het securityvraagstuk. Een hallucinerend model is vervelend. Een hallucinerend model met toegangsrechten tot bedrijfsprocessen kan aanzienlijk grotere gevolgen hebben. OWASP adviseert daarom onder andere om het principe van least privilege ook op AI-modellen toe te passen. Een model of agent moet alleen toegang krijgen tot systemen en gegevens die noodzakelijk zijn voor zijn taak. Daarnaast blijven monitoring en menselijke controle belangrijk.
Veel maatregelen zijn verrassend vertrouwd
Opvallend is dat OWASP AI-security niet presenteert als een compleet nieuwe tak van cybersecurity. Een belangrijk deel van de maatregelen bestaat uit bestaande securityprincipes die moeten worden uitgebreid naar nieuwe AI-componenten. Denk aan toegangscontrole, bescherming van gevoelige gegevens, beperking van resources, secure development, logging, supply-chainmanagement en monitoring.
Daar komen enkele specifieke AI-maatregelen bij. Organisaties kunnen bijvoorbeeld invoer en uitvoer controleren op afwijkingen, prompt injections proberen te detecteren, trainingsdata valideren en voortdurend controleren of modellen nog steeds het verwachte gedrag vertonen. OWASP groepeert deze maatregelen in vier hoofdcategorieën: beheren, modellen weerbaarder maken, systemen monitoren en de mogelijke impact van AI beperken. In totaal beschrijft de Exchange meer dan vijftig afzonderlijke controls.
De leverancier neemt het risico niet over
Een andere belangrijke boodschap is relevant voor vrijwel iedere organisatie die diensten als ChatGPT, Claude, Gemini of andere externe modellen gebruikt. Uitbesteden betekent niet dat de verantwoordelijkheid voor security verdwijnt. Bij een extern gehost model verzorgt de leverancier weliswaar het model en de onderliggende infrastructuur, maar de klant blijft volgens OWASP verantwoordelijk voor onder andere zijn applicatie, prompts, data, identiteit en toegangsrechten, outputverwerking en monitoring.
Wanneer een organisatie een extern ontwikkeld model zelf host, komen daar nog verantwoordelijkheden bij, zoals bescherming van de modelbestanden, patchmanagement en beveiliging van de infrastructuur. Wie zelf modellen traint of fine-tunet, wordt daarnaast verantwoordelijk voor trainingsdata, datapipelines, evaluaties en de uiteindelijke modelversies.
In de praktijk kunnen die vormen bovendien door elkaar lopen. Een applicatie kan tegelijkertijd gebruikmaken van een extern LLM, een intern classificatiemodel en een gespecialiseerd embeddingmodel. OWASP adviseert daarom verantwoordelijkheden per component vast te leggen in plaats van één securitylabel op een complete AI-oplossing te plakken.
AI-security wordt onderdeel van gewone security
Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste boodschap van de AI Exchange. AI-security moet geen los project worden naast bestaande cybersecurityprocessen. Organisaties moeten hun bestaande securityprogramma uitbreiden zodat ook AI-specifieke componenten, data en dreigingen worden meegenomen.
Dat betekent dat securityteams moeten samenwerken met ontwikkelaars, data scientists, AI-engineers, privacyprofessionals en leveranciers. Threat modelling moet worden uitgebreid, supply chains moeten ook modellen en datasets omvatten en securitytests moeten rekening houden met het soms minder voorspelbare gedrag van AI.
Tegelijkertijd adviseert OWASP organisaties om niet automatisch iedere denkbare AI-dreiging met een omvangrijke checklist te bestrijden. Begin met het systeem, breng data, modellen, prompts, tools en verantwoordelijkheden in kaart en bepaal vervolgens welke risico’s daadwerkelijk relevant zijn.
Juist nu AI steeds dieper in bedrijfsprocessen wordt geïntegreerd, lijkt dat een belangrijk uitgangspunt. De vraag is niet langer alleen of het gebruikte model veilig is. Organisaties zullen moeten aantonen dat het complete systeem eromheen beheersbaar blijft.





0 Reacties