Thomson Reuters heeft een eigen large language model ontwikkeld dat volgens het bedrijf op specifieke professionele taken kan concurreren met de nieuwste frontiermodellen van de bekende Big Tech-firma’s. Het model, simpelweg “Thomson” genoemd, wordt als eerste ingezet binnen de juridische AI-omgeving CoCounsel Legal. Opvallend is vooral de manier waarop het bedrijf het model heeft gebouwd. Thomson Reuters investeerde ongeveer 40 miljoen dollar en begon niet vanaf nul, maar gebruikte een bestaand open model als fundament. Daarmee laat de onderneming tegelijkertijd zien hoe aantrekkelijk én hoe lastig het voor grote bedrijven is om zelf een frontiermodel te ontwikkelen.
De stap is interessant omdat Thomson Reuters over iets beschikt waar vrijwel iedere AI-ontwikkelaar naar op zoek is: enorme hoeveelheden hoogwaardige, gespecialiseerde data. Het concern beheert onder andere juridische, fiscale en financiële informatie en heeft tientallen jaren ervaring met het structureren, controleren en actualiseren van professionele content. Juist met die combinatie van data en domeinkennis wil Thomson zich onderscheiden van algemene modellen zoals GPT, Claude en Gemini.
Niet vanaf nul beginnen
Wie bij een eigen frontiermodel denkt aan een compleet nieuw AI-systeem dat van de eerste parameter tot de laatste token zelfstandig is ontwikkeld, krijgt bij Thomson echter een ander beeld. Het bedrijf zegt expliciet dat het is begonnen met een sterke open source-basis. Naar verluidt bouwt Thomson voort op Snowdon, dat op zijn beurt is gebaseerd op Alibaba’s Qwen-technologie. Thomson Reuters heeft die basis vervolgens verder getraind en gespecialiseerd met eigen kennis en data.
Dat onderscheid is belangrijk. De grote AI-labs investeren miljarden dollars in het trainen van modellen vanaf de basis, inclusief de benodigde GPU-clusters, datacentercapaciteit, trainingssoftware en onderzoeksteams. Thomson Reuters koos voor een veel gerichtere route. Het bedrijf zegt ongeveer 40 miljoen dollar te hebben geïnvesteerd in talent en compute om Thomson te trainen en te optimaliseren.
Dat blijft een aanzienlijk bedrag, maar ligt ver onder de bedragen die inmiddels worden geassocieerd met de ontwikkeling van de grootste algemene AI-modellen.
Frontiermodel voor een specifiek domein
Thomson Reuters noemt Thomson zelf een frontiermodel en zegt dat vroege evaluaties laten zien dat het model voor verschillende taken op het niveau van recente frontiermodellen presteert. Eerder meldde het bedrijf al dat Thomson voor specifieke juridische taken modellen van onder andere OpenAI, Anthropic en Google kon overtreffen.
Daarbij is wel een belangrijke nuance nodig. Thomson hoeft niet noodzakelijkerwijs over de volledige breedte dezelfde capaciteiten te hebben als bijvoorbeeld de grootste modellen van OpenAI, Google of Anthropic. Thomson Reuters richt zich vooral op taken binnen domeinen waarin het zelf over veel hoogwaardige informatie beschikt.
Dat is misschien wel het interessantste aspect van deze ontwikkeling. De AI-markt zou zich daarmee kunnen bewegen van één soort frontier naar meerdere gespecialiseerde frontiers. Een juridisch model hoeft bijvoorbeeld niet de beste softwarecode te schrijven, natuurkundige problemen op te lossen of foto’s te interpreteren. Het moet vooral uitzonderlijk goed zijn in juridische analyse, instructies nauwkeurig volgen en controleerbare resultaten produceren. Voor bedrijven kan zo’n gespecialiseerd model veel waardevoller zijn dan een veel groter algemeen model.
Eigen data wordt strategisch bezit
Thomson Reuters heeft naar eigen zeggen tot nu toe minder dan 10 procent van zijn eigen content gebruikt voor de training van Thomson. Meer data toevoegen is volgens het bedrijf bovendien niet automatisch de volgende stap. Het wil vooral onderzoeken hoe verdere specialisatie de prestaties kan verbeteren.
Daarmee verschuift ook de discussie over de waarde van bedrijfsdata. De afgelopen jaren draaide AI vooral om de vraag wie over de grootste modellen en meeste rekenkracht beschikt. Voor gespecialiseerde bedrijfs-AI kan een andere factor minstens zo belangrijk worden: wie beschikt over unieke, goed gestructureerde en betrouwbare gegevens waarmee een bestaand sterk model verder kan worden ontwikkeld?
Thomson Reuters bevindt zich wat dat betreft in een bijzondere positie. Juridische databanken zoals Westlaw en Practical Law bevatten enorme hoeveelheden gecureerde professionele kennis. Die data is niet zomaar via het openbare internet beschikbaar en is bovendien jarenlang door specialisten onderhouden en gestructureerd.
Waarom bouwt dan niet ieder groot bedrijf een eigen frontiermodel?
Daarmee ontstaat tegelijkertijd een interessante vraag. Als Thomson Reuters voor circa 40 miljoen dollar een gespecialiseerd model kan ontwikkelen dat op relevante taken met frontiermodellen kan concurreren, waarom zouden bijvoorbeeld banken, verzekeraars, technologiebedrijven of grote industriële concerns dan niet hetzelfde doen?
Het antwoord is waarschijnlijk dat een eigen AI-model veel meer vereist dan alleen veel data. Allereerst moet die data bruikbaar zijn. Veel ondernemingen beschikken weliswaar over enorme hoeveelheden documenten, databases, e‑mails, rapportages en technische gegevens, maar die informatie is versnipperd over verschillende systemen en vaak onvoldoende gestructureerd of gelabeld. Thomson Reuters heeft juist als kernactiviteit het verzamelen, controleren en structureren van informatie.
Daarnaast is specialistische AI-kennis schaars. Het aanpassen van een bestaand open model vraagt niet alleen om data scientists, maar ook om experts op het gebied van modelarchitecturen, distributed training, evaluatie, alignment, security en inference-optimalisatie. Daar komen domeinexperts bovenop die kunnen bepalen of de antwoorden van het model daadwerkelijk goed zijn.
En zelfs wanneer een model eenmaal is getraind, begint het werk pas. Modellen moeten continu worden geëvalueerd, bijgewerkt, beveiligd en operationeel beheerd. Ook moet infrastructuur beschikbaar zijn om miljoenen inference-verzoeken betrouwbaar en tegen acceptabele kosten te verwerken.
Het verschil tussen data hebben en data kunnen gebruiken
Daarmee wordt duidelijk waarom zelfs zeer grote ondernemingen niet automatisch in staat zijn om een eigen frontiermodel te bouwen. Een autofabrikant kan petabytes aan productiedata hebben en een bank kan beschikken over miljarden transacties, maar dat betekent nog niet dat die informatie rechtstreeks als kwalitatieve trainingsdata kan worden ingezet.
Daarnaast spelen juridische vragen een rol. Mag bedrijfsinformatie worden gebruikt voor het trainen van een model? Welke persoonsgegevens zitten erin? Wie bezit het intellectuele eigendom? Kunnen klanten bezwaar maken tegen het gebruik van hun gegevens? En kan achteraf worden vastgesteld welke informatie invloed heeft gehad op een antwoord?
Voor Thomson Reuters zijn dergelijke vragen extra relevant omdat het model wordt ingezet voor juridisch en fiscaal werk, waar fouten grote gevolgen kunnen hebben. Het bedrijf legt daarom veel nadruk op verificatie. Waar de AI-sector volgens Thomson Reuters jarenlang vooral heeft geconcurreerd op pure modelcapaciteit, verwacht het bedrijf dat de volgende concurrentieslag rond de verification layer wordt uitgevochten: niet alleen een overtuigend antwoord genereren, maar ook kunnen controleren of dat antwoord correct en verantwoord is.
Minder afhankelijk van externe AI-leveranciers
Er speelt bovendien een tweede strategisch argument. Met een eigen model wordt Thomson Reuters minder afhankelijk van externe aanbieders zoals OpenAI, Anthropic en Google. Het bedrijf houdt overigens vast aan een multi-modelstrategie. Binnen CoCounsel worden verschillende modellen gebruikt afhankelijk van de taak. Thomson wordt ingezet waar het volgens Thomson Reuters een duidelijk voordeel biedt.
Dat maakt de strategie wellicht interessanter dan simpelweg proberen alle externe modellen te vervangen. Een onderneming kan algemene frontiermodellen blijven gebruiken voor taken waarin die modellen uitblinken, terwijl bedrijfsspecifieke workloads worden uitgevoerd door een eigen gespecialiseerd model. Daarmee ontstaan hybride AI-architecturen waarin organisaties modellen selecteren op basis van kosten, prestaties, privacy, locatie van verwerking en benodigde expertise.
Ook AI-soevereiniteit speelt daarbij natuurlijk een rol. Met een eigen model krijgt Thomson Reuters meer controle over hoe het model wordt getraind, waar het draait, welke beveiligingsmaatregelen worden toegepast en welke gegevens worden gebruikt. Volgens het bedrijf worden klantgegevens bovendien niet zonder expliciete toestemming gebruikt om Thomson verder te trainen.
Duizenden documenten tegelijk analyseren
De eerste concrete toepassing van Thomson bevindt zich in wat genoemd wordt “Tabular Analysis” binnen CoCounsel Legal. Daarmee kunnen juridische professionals grote hoeveelheden documenten analyseren en informatie gestructureerd in tabellen laten verwerken. De nieuwste versie zou tot 10.000 documenten per tabel kunnen analyseren.
Dat is precies het soort toepassing waarbij een gespecialiseerd model interessant kan zijn. Het gaat niet om een chatbot die iedere mogelijke vraag moet kunnen beantwoorden, maar om een duidelijk afgebakende professionele workflow met grote hoeveelheden domeinspecifieke informatie.
Thomson Reuters wil het model later ook inzetten binnen zijn juridische en fiscale productportfolio en spreekt daarnaast over toekomstige mogelijkheden voor sovereign AI.
Misschien verandert vooral de definitie van een frontiermodel
De introductie van Thomson laat daarmee een interessante ontwikkeling zien. De vraag voor grote organisaties wordt mogelijk steeds minder of zij een compleet nieuw foundation model kunnen of willen bouwen. Veel relevanter is of zij een bestaand krachtig open model zo ver kunnen specialiseren dat het binnen hun eigen domein beter presteert dan veel grotere algemene modellen. Dat is een wezenlijk andere AI-strategie.
Voor een beperkt aantal organisaties met zeer waardevolle eigen datasets, voldoende kapitaal en uitgebreide domeinkennis kan het aantrekkelijk worden om die route te volgen. Thomson Reuters laat tegelijkertijd zien dat de drempel nog altijd hoog is. Een investering van 40 miljoen dollar, gespecialiseerde AI-teams, hoogwaardige proprietary data en jarenlange domeinkennis maken dit niet tot een project dat iedere onderneming eenvoudig kan kopiëren.
Misschien is daarom de conclusie niet zozeer dat grote bedrijven voortaan allemaal hun eigen frontiermodel gaan bouwen. Interessanter is dat de definitie van frontier AI aan het veranderen is. De volgende generatie zeer krachtige bedrijfsmodellen hoeft niet noodzakelijkerwijs groter te zijn dan GPT, Claude of Gemini. Ze moeten vooral aantoonbaar beter zijn in precies dat kleine deel van de wereld waarin een organisatie zelf de meeste kennis bezit.





0 Reacties