Rapport: “AI maakt kritisch denken juist belangrijker op de werkvloer”

Rapport: “AI maakt kritisch denken juist belangrijker op de werkvloer”

Naarmate AI meer taken van medewerkers overneemt, wordt kritisch denken niet minder maar juist belangrijker. Tegelijkertijd groeit de vrees dat intensief gebruik van AI precies die vaardigheid kan aantasten. Dat is een van de opvallendste conclusies uit een nieuw onderzoeksrapport van IBM onder 1500 HR-​directeuren en andere senior HR-​bestuurders en 8.800 werknemers wereldwijd.

De opmars van AI verandert daarmee niet alleen welke werkzaamheden mensen uitvoeren. Ook de vaardigheden die organisaties van hun medewerkers verwachten, verschuiven. Het simpelweg kunnen werken met AI-​tools lijkt daarbij steeds minder voldoende. Werknemers moeten vooral in staat zijn om uitkomsten van AI te beoordelen, fouten te herkennen en zo nodig zelf een andere beslissing te nemen.

Volgens 71 procent van de ondervraagde HR-​directeuren is het kunnen controleren, valideren en indien nodig negeren van AI-​uitkomsten inmiddels een van de belangrijkste vaardigheden voor werknemers. Onder medewerkers zelf lijkt dat besef minder sterk aanwezig: slechts 29 procent noemt menselijk beoordelingsvermogen als een belangrijke vaardigheid.

Bang om vaardigheden kwijt te raken

Tegelijkertijd maken veel werknemers zich zorgen over de gevolgen van AI voor hun eigen kennis en vaardigheden. Zes op de tien ondervraagde medewerkers vrezen dat AI leidt tot verlies van vaardigheden. Van de werknemers die zich hierover zorgen maken, zegt driekwart dat dit proces volgens hen al is begonnen.

Vooral kritisch denken wordt genoemd als een vaardigheid die onder druk staat. Dat is opvallend, omdat juist diezelfde vaardigheid steeds belangrijker wordt naarmate AI meer taken uitvoert. Van de werknemers noemt 49 procent kritisch denken en het goed formuleren van problemen belangrijk voor werken met AI. Onder HR-​directeuren ligt dat percentage op 57 procent.

Daarmee ontstaat een dilemma. AI kan medewerkers veel routinewerk uit handen nemen, informatie sneller analyseren en voorstellen genereren. Maar wanneer mensen te gemakkelijk op die uitkomsten vertrouwen, kan hun vermogen om diezelfde resultaten kritisch te beoordelen juist afnemen.

Organisaties zullen daarom niet alleen medewerkers moeten leren hoe zij AI gebruiken. Training zal zich ook moeten richten op het controleren van de technologie: klopt een antwoord, zijn de gebruikte aannames logisch, ontbreekt er informatie en moet een medewerker uiteindelijk zelf een andere beslissing nemen?

Wie is verantwoordelijk als AI het fout heeft?

Daarbij speelt nog een ander probleem: verantwoordelijkheid. Van de medewerkers zegt 43 procent dat zij het gevoel hebben dat zij de schuld krijgen wanneer iets met AI misgaat. Tegelijkertijd denkt 41 procent van de HR-​directeuren dat werknemers zich mogelijk niet veilig genoeg voelen om een uitkomst van een AI-​systeem ter discussie te stellen of te negeren.

Dat kan in de praktijk een lastige situatie opleveren. Een medewerker krijgt bijvoorbeeld een aanbeveling van een AI-​systeem en moet daar vervolgens wel verantwoordelijkheid voor dragen, terwijl tegelijkertijd niet altijd duidelijk is in hoeverre hij of zij van die aanbeveling mag afwijken.

Het onderzoek wijst erop dat duidelijke afspraken daarbij verschil kunnen maken. Bij organisaties waar HR mede bepaalt welke beslissingen door mensen moeten worden genomen, zegt 76 procent van de werknemers zich vrij te voelen om een aanbeveling van AI ter discussie te stellen of te negeren. Wanneer HR slechts een adviserende rol heeft, is dat 43 procent.

AI creëert ook nieuw werk

AI wordt vaak ingevoerd met het idee dat medewerkers productiever kunnen werken. Maar automatisering blijkt tegelijkertijd nieuwe werkzaamheden te creëren.

Maar liefst 80 procent van de HR-​directeuren zegt dat AI leidt tot wat zij als onzichtbaar werk beschouwen. Medewerkers moeten bijvoorbeeld aanbevelingen van systemen controleren, fouten corrigeren, extra context aanleveren en uitzonderingen afhandelen. Van de werknemers zegt 42 procent dat AI hierdoor hun hoeveelheid werk vergroot, of dat extra werkzaamheden die door AI ontstaan onvoldoende worden gezien of erkend.

Daarmee wordt het meten van productiviteit ingewikkelder. Een taak kan dankzij AI bijvoorbeeld sneller worden uitgevoerd, terwijl een medewerker vervolgens extra tijd nodig heeft om het resultaat te controleren. Alleen kijken naar de tijd die nodig is om een eerste antwoord of document te produceren, geeft dan een onvolledig beeld.

Mens en AI bewust verdelen

De onderzoeksresultaten wijzen daarom richting een andere manier van kijken naar AI op het werk. Niet iedere taak hoeft automatisch zoveel mogelijk door AI te worden uitgevoerd. Organisaties kunnen werkzaamheden ook bewust indelen in taken waarbij de mens de leiding houdt, taken waarbij AI ondersteunt en taken die vrijwel volledig door AI worden uitgevoerd.

Bedrijven die hun werkprocessen op deze manier duidelijk hebben ingericht, rapporteren volgens het onderzoek onder meer een risicoreductie van 18 procent en een kwaliteitsverbetering van 20 procent.

Daarmee verschuift de discussie over AI langzaam van de technologie zelf naar de inrichting van werk. De vraag wordt niet alleen meer welke taken een AI-​systeem technisch kan uitvoeren, maar ook welke beslissingen een organisatie aan technologie wil overlaten en waar menselijke beoordeling noodzakelijk blijft.

HR loopt zelf nog achter

Opvallend is dat HR-​afdelingen hierin een belangrijke rol krijgen toegedicht, terwijl het gebruik van AI binnen HR zelf nog relatief beperkt is. Bij 72 procent van de onderzochte organisaties wordt AI binnen de HR-​functie nauwelijks of helemaal niet gebruikt.

Ook beoordelen HR-​directeuren de eigen organisatie relatief laag op verschillende vaardigheden die voor invoering van AI nodig zijn. Slechts 13 procent vindt de AI-​kennis binnen het HR-​team goed ontwikkeld. Voor het meten van de prestaties van AI ligt dat percentage op 16 procent en voor verandermanagement rond AI op 20 procent.

Daar komt bij dat HR lang niet altijd vanaf het begin betrokken wordt bij de AI-​strategie van organisaties. Bij 46 procent van de onderzochte bedrijven speelt de HR-​directeur geen rol bij het bepalen van die strategie. Slechts 28 procent zegt samen met IT een gezamenlijke roadmap en structurele manier van samenwerken te hebben ontwikkeld.

Dat kan een probleem worden wanneer AI steeds dieper ingrijpt in de manier waarop mensen werken. Besluiten over AI gaan dan immers niet alleen over software, data en infrastructuur, maar ook over verantwoordelijkheden, functies, vaardigheden en de manier waarop medewerkers beslissingen nemen.

De belangrijkste uitdaging lijkt daardoor steeds minder te zijn om werknemers simpelweg te leren omgaan met nieuwe AI-​tools. Minstens zo belangrijk wordt het behouden en ontwikkelen van vaardigheden waarmee mensen de technologie kunnen beoordelen. Juist wanneer AI steeds meer antwoorden geeft, wordt het vermogen om te bepalen of die antwoorden ook daadwerkelijk kloppen belangrijker.

redactie@ai-visie

21 september 2026 - 11:09

WEERGAVEN

0 Reacties

Gerelateerde berichten

SAP ontwikkelt AI-​modellen die bedrijfsgegevens analyseren en beslissingen ondersteunen

SAP ontwikkelt AI-​modellen die bedrijfsgegevens analyseren en beslissingen ondersteunen

Van ruimtestation naar bedrijfsleven: SAP en HPE testen AI in de ruimte

Van ruimtestation naar bedrijfsleven: SAP en HPE testen AI in de ruimte

Combell, delaware en imec bundelen de krachten om bedrijven te helpen AI-​kosten en data onder controle te houden

Combell, delaware en imec bundelen de krachten om bedrijven te helpen AI-​kosten en data onder controle te houden

Nog geen gerelateerde berichten...

0 Reactie(s)

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Share This