Nvidia zet een nieuwe stap in de ontwikkeling van AI-hardware. Het bedrijf heeft tijdens de Computex-beurs in Taipei de eerste prototypes getoond van een nieuwe generatie laptops en desktops die speciaal zijn ontworpen voor het draaien van AI-agents. Volgens berichtgeving van The Wall Street Journal gaat het om systemen met een nieuwe chip: de RTX Spark.
De aankondiging laat zien hoe snel de AI-markt verschuift. Waar de afgelopen jaren vooral draaiden om het trainen van grote taalmodellen en het beschikbaar maken van chatbots, richt Nvidia zich nu nadrukkelijk op de volgende fase: agentic AI. Daarbij gaat het niet meer alleen om systemen die antwoord geven op vragen, maar om AI-toepassingen die zelfstandig taken kunnen uitvoeren. Denk aan digitale assistenten die workflows afhandelen, code schrijven, documenten analyseren, software bedienen of processen in meerdere applicaties tegelijk uitvoeren.
Volgens Nvidia vraagt die ontwikkeling om een andere manier van denken over computerhardware. AI moet niet alleen in grote datacenters draaien, maar ook dichter bij de gebruiker: op laptops, desktops, edge-systemen en industriële apparaten. De nieuwe RTX Spark-chip moet die beweging ondersteunen.
De eerste laptops met de nieuwe chip worden ontwikkeld in samenwerking met zes grote pc-fabrikanten: Dell Technologies, Lenovo, Microsoft, HP, Asus en MSI. Nvidia verwacht uiteindelijk ongeveer dertig laptopmodellen en tien desktopmodellen met de nieuwe chip. De systemen zijn vooral bedoeld voor creators, AI-ontwikkelaars en gamers en zullen naar verwachting aan de bovenkant van de markt worden gepositioneerd.
De laptops moeten ondanks hun AI-rekenkracht relatief compact blijven. De eerste modellen worden volgens Nvidia slechts 14 millimeter dik en de lichtste uitvoeringen wegen minder dan drie pond, oftewel minder dan ongeveer 1,36 kilo. Daarmee wil Nvidia duidelijk maken dat lokale AI-verwerking niet per se is voorbehouden aan zware werkstations of servers.
Technisch gezien bouwt Nvidia voort op zijn ervaring met grafische processors. De RTX Spark is ontwikkeld vanuit de gpu-technologie waarmee Nvidia de afgelopen jaren een dominante positie in de AI-markt heeft opgebouwd. Het bedrijf noemt de nieuwe chip de efficiëntste pc-chip die het tot nu toe heeft ontwikkeld. De nadruk ligt daarbij niet alleen op pure rekenkracht, maar vooral op het efficiënt uitvoeren van AI-taken op persoonlijke apparaten.
Dat is belangrijk, omdat AI-agents een ander gebruikspatroon hebben dan klassieke chatbots. Een chatbot wacht op een vraag en genereert daarna een antwoord. Een agent kan langduriger actief zijn, meerdere stappen uitvoeren en met verschillende softwareomgevingen werken. Daardoor ontstaat een continue vraag naar rekenkracht, geheugen, opslag en snelle dataverwerking. Voor pc’s en laptops betekent dit dat AI-hardware niet langer een extra functie is, maar een centraal onderdeel van het ontwerp wordt.
Nvidia ziet deze ontwikkeling als onderdeel van een bredere verschuiving in AI-computing. De eerste fase van generatieve AI draaide vooral om het trainen van grote modellen in datacenters. Daarna kwam de nadruk te liggen op inference: het efficiënt laten reageren van modellen op vragen van gebruikers. Nu verschuift de aandacht naar agents die niet alleen antwoorden geven, maar ook acties uitvoeren.
Kari Briski, vice president generative AI software bij Nvidia, stelt dat agents de nieuwe workload worden. Volgens haar zullen ze overal draaien: van datacenters tot de edge. Daarmee verandert ook de rol van pc’s. De laptop of desktop wordt niet alleen een apparaat waarmee de gebruiker AI benadert via de cloud, maar ook een platform waarop AI-taken lokaal kunnen plaatsvinden.
Voor bedrijven kan dat relevant zijn. Lokale AI-verwerking kan voordelen bieden op het gebied van snelheid, privacy en beschikbaarheid. Niet elke taak hoeft dan via een extern datacenter te lopen. Zeker bij toepassingen met gevoelige gegevens, grote bestanden of lage latency-eisen kan lokale verwerking aantrekkelijk zijn. Tegelijk blijft cloudcapaciteit belangrijk voor zware modellen, grootschalige training en centrale AI-diensten.
Naast de nieuwe pc-chip presenteerde Nvidia ook een bredere generatie AI-hardware onder de naam Vera Rubin. Deze hardware is volgens het bedrijf inmiddels in productie en moet vanaf het derde kwartaal naar klanten worden verscheept. De productlijn omvat onder meer de Rubin-gpu, nieuwe servers met Vera-cpu’s en systemen die zijn gericht op inference.
Daarmee laat Nvidia zien dat het de AI-markt op meerdere niveaus tegelijk wil bedienen. Aan de ene kant zijn er de grote datacenterclusters voor hyperscalers en AI-labs. Aan de andere kant komen er pc’s en laptops die voldoende AI-capaciteit hebben om agents lokaal te draaien. Daartussen bevinden zich edge-systemen, werkstations en gespecialiseerde servers.
Volgens Ian Buck, vice president hyperscale en high-performance computing bij Nvidia, is het niet meer genoeg om alleen snellere chips te leveren. Agentic AI vraagt ook om geavanceerde netwerktechnologie, softwarebibliotheken, ontwikkeltools en datacenterarchitecturen waarin tienduizenden processors efficiënt kunnen samenwerken. De hardware moet dus onderdeel zijn van een groter ecosysteem.
Opvallend is ook dat Nvidia zijn samenwerking met het Chinese robotbedrijf Unitree uitbreidt. Het bedrijf introduceert een robotica-ontwerptemplate die andere bedrijven kunnen gebruiken. Nvidia benadrukt daarbij dat de besturing en software afkomstig zijn van Nvidia en Amerikaanse partijen, terwijl Unitree onderdelen levert. Die samenwerking kan politiek gevoelig liggen, omdat er in de Verenigde Staten kritisch wordt gekeken naar technologische samenwerking met Chinese bedrijven.
Toch verdedigt Nvidia de keuze vanuit praktische overwegingen. China heeft een sterke positie in de productie van fysieke robotonderdelen. Volgens het bedrijf is samenwerking met partijen als Unitree daarom een manier om robotica-ontwikkeling in de VS sneller op te schalen. Nvidia stelt daarbij dat data bij de gebruiker blijven en dat er voorzorgsmaatregelen worden genomen om zorgen over buitenlandse invloed te beperken.
De introductie van de RTX Spark past in een bredere strijd om de toekomst van de pc-markt. Chipmakers en pc-fabrikanten proberen al langer duidelijk te maken wat de zogeheten AI-pc concreet toevoegt. Tot nu toe bleef dat voor veel gebruikers nog abstract. Met de komst van AI-agents krijgt het begrip meer inhoud. Een AI-pc is dan niet alleen een computer met een snellere chip, maar een apparaat dat zelfstandig AI-taken kan ondersteunen zonder voortdurend afhankelijk te zijn van cloudverwerking.
Voor professionele gebruikers kan dit de komende jaren gevolgen hebben voor de keuze van hardware. Creatieve professionals, softwareontwikkelaars, data-analisten en engineers kunnen baat hebben bij systemen die lokaal modellen kunnen draaien of AI-agents kunnen inzetten in hun dagelijkse werk. Tegelijk zal de vraag toenemen welke toepassingen daadwerkelijk lokaal moeten draaien en welke beter in de cloud kunnen blijven.
Voor Nvidia is de boodschap duidelijk: AI verschuift van praten naar doen. De pc wordt daarmee opnieuw een strategisch platform. Niet omdat de cloud minder belangrijk wordt, maar omdat AI-workloads zich verspreiden over datacenters, werkplekken en apparaten aan de rand van het netwerk. Met de RTX Spark probeert Nvidia alvast een positie te claimen in die nieuwe fase van AI-computing.




0 Reacties