Veel organisaties die de komende jaren afscheid willen nemen van hun mainframe, moeten hun plannen nog eens kritisch tegen het licht houden. Gartner waarschuwt dat meer dan 70 procent van de mainframe-exitprojecten die in 2026 worden gestart, niet de beoogde voordelen zal opleveren. De belangrijkste oorzaak: bedrijven verwachten te veel van generatieve AI bij het analyseren, herschrijven en migreren van complexe legacy-code.
Volgens Gartner is er een groeiende kloof tussen de marketingbelofte van GenAI en wat deze technologie in de praktijk kan bij het omzetten van bedrijfskritische mainframeapplicaties. Leveranciers presenteren AI steeds vaker als een versneller voor migratieprojecten, maar in complexe omgevingen blijkt die belofte lang niet altijd houdbaar. Zeker bij applicaties die al tientallen jaren meegaan, diep verweven zijn met bedrijfsprocessen en vaak nauwelijks volledig zijn gedocumenteerd, is modernisering of migratie veel meer dan een technische vertaalslag van oude naar nieuwe code.
Alessandro Galimberti, VP Analyst bij Gartner, spreekt van een “perfect storm” voor infrastructure & operations-leiders. Aan de ene kant neemt de druk toe om verouderde omgevingen te moderniseren. Aan de andere kant verdwijnt de kennis van ervaren mainframe-specialisten in hoog tempo uit organisaties. Daar komt bij dat investeerders en marktpartijen druk uitoefenen op leveranciers om AI in hun oplossingen te verwerken, ook wanneer dat niet altijd aantoonbaar tot betere resultaten leidt.
Gartner benadrukt dat mislukte mainframe-exitprojecten niet alleen een financieel probleem zijn. Natuurlijk kunnen zulke trajecten leiden tot forse budgetoverschrijdingen en vertragingen. Maar de risico’s gaan verder. Mainframes draaien in veel organisaties nog altijd applicaties die essentieel zijn voor betalingsverkeer, verzekeringen, logistiek, overheidsprocessen of andere kernactiviteiten. Een slecht geplande migratie kan daardoor direct raken aan de continuïteit van de operatie.
De analisten waarschuwen vooral voor organisaties die kiezen voor wat zij omschrijven als schijnbaar magische AI-gedreven exitstrategieën. Daarmee doelen zij op trajecten waarin GenAI wordt gepresenteerd als snelle route om oude code automatisch te begrijpen, te herschrijven en naar een nieuw platform te brengen. In werkelijkheid kan zo’n aanpak juist nieuwe technische schuld veroorzaken, zeker wanneer de onderliggende architectuur, afhankelijkheden en proceslogica onvoldoende worden begrepen.
Daarom pleit Gartner voor een pragmatischer benadering. Niet elk workload hoort automatisch weg van het mainframe. Organisaties moeten volgens het onderzoeksbureau per applicatie en per omgeving bepalen welke strategie het meest logisch is. Soms is volledige migratie verstandig, maar in andere gevallen ligt modernisering op het bestaande platform meer voor de hand. GenAI kan daarbij wel degelijk waardevol zijn, maar dan vooral als hulpmiddel om code beter te begrijpen, documentatie te verbeteren, testscenario’s te ondersteunen of gerichte modernisering mogelijk te maken.
Opvallend is dat Gartner verwacht dat ook de markt voor mainframe-exitdiensten zelf flink zal veranderen. Het bureau voorspelt dat in 2030 driekwart van de leveranciers in deze markt zijn businessmodel heeft aangepast of zelfs niet meer actief is. De reden is dat de vraag naar generieke, one-size-fits-all migratieoplossingen waarschijnlijk afneemt. De realiteit van complexe mainframeomgevingen vraagt eerder om maatwerk, gedegen analyse en hybride strategieën dan om een standaardrecept voor volledige exit.
Tegelijkertijd blijft het mainframe zich volgens Gartner ontwikkelen als modern investeringsplatform. IBM blijft investeren in de technologie, terwijl ook onafhankelijke softwareleveranciers zoals 21CS, BMC, Broadcom en Rocket Software, en managed service providers zoals DXC, GTSG en Kyndryl, de positie van het mainframe blijven versterken. Daarmee wordt het beeld genuanceerder: het mainframe is voor veel organisaties niet simpelweg een verouderd systeem dat zo snel mogelijk moet verdwijnen, maar een platform dat in bepaalde situaties nog steeds een strategische rol kan spelen.
Voor grote mainframeomgevingen hangt de juiste strategie sterk af van de complexiteit van applicaties, afhankelijkheden en bedrijfsprocessen. Voor middelgrote omgevingen, volgens Gartner het grootste marktsegment, zijn de keuzes misschien wel het lastigst. Deze organisaties moeten balanceren tussen optimalisatie van bestaande investeringen en selectieve migratie waar dat echt waarde oplevert. Volledige platform-exits zijn in deze categorie vaak risicovol en kunnen uiteindelijk minder opleveren dan verwacht.
Voor kleine mainframeomgevingen ziet Gartner andere mogelijkheden. Mainframe-as-a-service kan daar een kosteneffectieve hostingstrategie zijn. Ook kunnen organisaties zich richten op het vervangen van verouderde software van derde partijen en op gerichte modernisering binnen het bestaande platform, zolang daar een duidelijke positieve businesscase voor bestaat.
De boodschap van Gartner is daarmee niet dat organisaties hun mainframe nooit moeten verlaten. Wel is de waarschuwing helder: wie een exitstrategie bouwt op de aanname dat generatieve AI het grootste deel van het migratieprobleem vanzelf oplost, neemt een groot risico. Succesvolle modernisering begint niet bij de belofte van tooling, maar bij een nuchtere analyse van de applicaties, de bedrijfsprocessen, de beschikbare expertise en de werkelijke waarde van verplaatsing naar een ander platform.
Voor CIO’s en I&O‑leiders betekent dit dat mainframebeslissingen opnieuw meer strategisch dan technologisch moeten worden bekeken. De vraag is niet alleen of een mainframeomgeving oud is, maar vooral welke rol deze speelt, welke risico’s een migratie oplevert en waar modernisering de meeste waarde creëert. Generatieve AI kan daarbij helpen, maar Gartner maakt duidelijk dat het geen wondermiddel is. Juist bij bedrijfskritische systemen blijft een zorgvuldig geplande, workloadgerichte aanpak noodzakelijk.





0 Reacties